Baanonderhoud
Golfclub Gaasterland op Leadingcourses.com

Baanonderhoud

Voor het baanonderhoud werkt Golfclub Gaasterland samen met de Hollandsche Greenkeeping Maatschappij (HGM). Dit bedrijf is specialist op het gebied van duurzaam baanonderhoud van golfbanen. HGM werkt met het beste materiaal en aangepaste werkmethoden om werkschades te voorkomen. Daarnaast wordt gewerkt op aangepaste werktijden om op die manier de overlast voor de spelers te beperken.

Baanonderhoud voor de beste speelervaring


Machines in de baan

Holland Greenkeeping Maatschappij is specialist op het gebied van duurzaam kwaliteitsonderhoud van golfbanen. Het bestuur van de Golfclub Gaasterland heeft in 2013 een 5-jarig contract met HGM afgesloten voor het baanonderhoud. In het contract staan een aantal kwaliteitsdoelen omschreven. HGM werkt met het beste materiaal en aangepaste werkmethoden om werkschades te voorkomen. Daarnaast wordt gewerkt op aangepaste werktijden om op die manier de overlast voor de spelers te beperken.

 

 

                  

 

 

Bij HGM werken betrokken en goed opgeleide medewerkers. Op de golfbaan is een hoofdgreenkeeper verantwoordelijk voor het onderhoud. HGM stelt hoge eisen aan de selectie van deze leidinggevenden. De hoofdgreenkeeper wordt ondersteund door een vaste tweede kracht (assistent hoofdgreenkeeper).  Beiden beschikken over de vereiste opleidingen en worden regelmatig bijgeschoold, zodat zij volgens de laatste inzichten en kwaliteitseisen werken.  Door flexibel om te gaan met het inzetten van medewerkers kunnen de hoge eisen ten aanzien van de speelkwaliteit van de baan in alle seizoenen door HGM worden waargemaakt. De vaste ploeg op de Natuurgolfbaan Gaasterland bestaat uit Gertjan Hilarius (hoofdgreenkeeper), Frans Mooy (assistent hoofdgreenkeeper) en de ervaren greenkeepers  Johnny Kramer en Folkert Postma. In het seizoen wordt dit team soms aangevuld met twee of drie tijdelijke medewerkers.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het greenkeeperteam met vlnr: Gertjan, Johnny, Frans en Folkert

 

Stimp

De maat voor de greensnelheid is de “Stimp” en deze wordt gemeten met een stimpmeter. Dit is een lat met een dwarsgroef aan één kant waarin een golfballetje wordt gelegd. Door de lat op te tillen gaat de bal rollen. De afgelegde afstand staat voor de maatstaf voor de snelheid van de green. Op deze manier wordt de afstand een aantal malen gedaan en het gemiddelde daarvan is de “Stimp”. Onze greenkeepers streven naar een “Stimp” van 8 maar voor wedstrijden wordt geprobeerd een “Stimp” van 10 te halen.

 

Maaien

HGM heeft een zeer compleet pakket aan nieuwe specialistische machines. Het gras op onze golfbaan wordt kort gehouden met imposante machines van het merk TORO. Bij het maaien geldt een speciaal maairegiem zoals vastgelegd in het Beleidsplan Baanonderhoud. De greens worden met greenmaaiers kort gehouden, soms zelfs met een handmaaier. De apron, het gedeelte rondom de green, krijgt een aparte maaibeurt en dat geldt ook voor de voorgreens. Fairways worden hoger gemaaid en precies volgens de lay-out. Ook de tees hebben een aparte maaihoogte en dat geldt ook voor de semi-rough. De rough wordt slechts een paar keer per jaar gemaaid. Onder de struiken en bomen wordt handmatig gemaaid met een rug- of bosmaaier. Bij wedstrijden worden de greens elke ochtend gemaaid om de spelers optimaal te bedienen. De maaihoogtes zijn voorgeschreven in het Beleidsplan Baanonderhoud.

 

Beluchten is viltbestrijden

Het prikken van de greens is essentieel. Veel golfers vragen zich af waarom deze rigoureuze ingreep op de smetteloze lijkende greens nodig is. De reden is dat het prikken de viltlaag aanpakt. Vilt is een organisch laagje dat bestaat uit dode en levende wortels, stengels en bladresten, kort samengevat: plantenresten. Dit viltlaagje mag in feite niet dikker worden dan zo’n 1,5 à 2 cm. Wordt dit wel dikker, dan belemmert dit onder andere de waterdoorlatendheid. De toplaag van de green blijft dan niet langer vochtig en veroorzaakt ziektes, straatgras en het bekende mos. De viltlaag wordt afgebroken met veel zuurstof. Beluchten gebeurt meestal met dichte pennen, maar één keer per jaar worden holle pennen gebruikt. Dit gaat met nogal grof geweld en de green ligt dan vol met staafjes grond. Na het wegvegen wordt er zand en graszaad over de green verspreid. Het beluchten wordt ook wel vertidrainen genoemd. Na het prikken worden de greens bezand.

Een minder ingrijpende methode is het zgn. “verticaal” maaien. Door met scherpe schijven in de green te snijden wordt het vilt naar boven gehaald door de bramen die aan de schijven zitten.

 

Rollen van de greens

Twee keer per week rolt een greenkeeper de greens. Deze machine beweegt zich zijwaarts voort en zorgt ervoor dat de greens gelijkmatig worden belast. Het gevolg van het rollen merken de golfers aan de toegenomen snelheid van de bal op de greens (stimp) en zorgt voor “eerlijke” greens!

 

Bunkers

De bunkers vergen veel onderhoud, vooral na hevige regenval. Met een bunkerraker trekken de greenkeepers het zand glad, maar ze doen het meeste toch nog met de hark. Ook de golfers hebben een taak. Nadat ze een bal in de bunker hebben geslagen dient de bunker aangeharkt te worden (“met twee handen en van je af”). De hark dient op de juiste plaats teruggelegd te worden om zo weinig mogelijk hinder te geven aan doorrollende ballen.

Sweepen

Schimmelplekken zijn de nachtmerrie van elke greenkeeper. Schimmels houden van vocht en hebben een aantal uren nattigheid nodig om te kunnen kiemen. Door iedere ochtend de dauw met een lange dauwbezem te “sweepen” of door de greens te maaien, wordt de kans op infectie sterk verkleind.

 

Divots

Door het terugleggen van de plaggen wordt voorkomen dat de open plek geen invalspoort kan zijn voor zaden van kruiden en straatgras. Straatgras is ongewenst omdat deze grassoort zeer gevoelig is voor schimmels. Om die reden wordt van golfers verwacht een losgeslagen plag altijd terug te leggen en aan te stampen!

 

Natuurgebied

Het natuurgebied wordt aangegeven met palen voorzien van een groene kop. Het natuurgebied is voor golfers verboden terrein. Het onderhoud van deze natuur is aan strenge regels onderhevig op grond waarvan door de Provincie een beheersubsidie wordt verstrekt. In het natuurgebied worden soms schapen ingezet om jonge bomen, struiken en nieuwe opslag te verwijderen. Door de greenkeeping wordt ook gebruik gemaakt van een klepelbak (klepelen is het fijn maken van ruige begroeiing met behulp van roterende, stalen “klepels”). De klepelbak hangt aan een trekker, maakt flinke herrie! Het maaisel wordt opgezogen en afgevoerd opdat de grond in het natuurgebied verarmt!

 

Bevers werken aan onderhoud

Minder lawaai maakt een groepje leden die zich hebben verenigd onder de naam “bevers”.  Van mei tot oktober zijn deze vrijwilligers iedere donderdagmorgen in het natuurgebied te vinden om jonge elzen, wilgen en berken uit de grond te trekken. De bijzondere flora krijgt hierdoor nog meer de ruimte om zich te ontwikkelen en een snelle “verbossing” van het natuurgebied wordt voorkomen!